Technisch reglement zijspancombinaties van de HMV

1 Toegelaten zijspancombinaties

Machines tot bouwjaar 1940 met een onbeperkte cilinderinhoud.
Naoorlogse machines tot en met bouwjaar 1972 met een cilinderinhoud van maximaal 750 cc voor zowel twee- als viertaktmotoren.
De reeds aangemelde zijspancombinaties met bouwjaar van 1966 tot en met 1972 zijn, mits deze aan HMV reglementen voldoen, gedoogd!

 



2 Motorblok

De viertaktmotoren mogen maximaal 2 (twee) cilinders en 2 (twee) kleppen per cilinder hebben.
Alleen het gebruik van origineel bewerkte gietstukken zoals gebruikt in de gestelde periode is toegestaan. niet toegestaan is het gebruik van materialen lichter dan de oorspronkelijke uitvoering. Een oliekoeler is toegestaan.
Het veranderen van de klephoek en/of het origineel aantal kleppen is niet toegestaan.
 



3 Vloeistofkoeling

Als koelvloeistof mag alleen water gebruikt worden.



4 Carburateurs

Het gebruik van  moderne carburateurs is niet toegestaan.Met inachtneming van bovenstaande, mogen alleen carburateurs worden gebruikt die in de periode vervaardigd zijn die door de vereniging gesteld is.
Alle vormen van drukvulling zijn verboden.
 



5 Frames

Frames dienen aan het bedoelde tijdsbeeld te voldoen en vervaardigd te zijn van ronde stalen pijp.



6 Grondspeling

De grondspeling moet zodanig zijn dat er geen carterschade (olieverlies) of schade aan het wegdek kan ontstaan.



7 Brandstoftank en olietank

Vuldoppen moeten lekvrij afsluiten en zodanig gesloten en gezekerd zijn, dat losraken tijdens het rijden of bij een crash voorkomen wordt. Kranen mogen niet lekken.
Olieleidingen dienen te zijn voorzien van een aangeperste wartel (geen slangenklemmen)
 



8 Brandstof

Er mag alleen gereden worden met normaal verkrijgbare handelsbenzine.
Alle andere soorten brandstof zijn verboden.
Er is echter een uitzondering voor motoren t/m bouwjaar 1949, want alleen voor deze motoren is de brandstof methanol toegestaan, mits het gebruik van methanol bij het bestuur aangemeld is en als ter herkenning een rode sticker met een diameter van 30 mm op de voorste nummerplaat is aangebracht.



9 Olieverlies

Alle zijspancombinaties dienen te zijn voorzien van een vilt of schuimrubber plaat, om eventueel olieverlies op te vangen. Deze plaat dient het motorblok en de versnellingsbak zoveel mogelijk af te dekken. Het ter keuring aangeboden motorrijwiel dient lekvrij te zijn en de plaat dient schoon en droog te zijn.



10 Ontluchtingen

Alle ontluchtingen dienen uit te monden in een doorzichtig opvangreservoir van voldoende capaciteit. Deze reservoirs dienen verticaal bevestigd te zijn.



11 Remmen

De zijspancombinaties dienen bij voorkeur uitgerust te zijn met trommelremmen zoals gebruikt in de bedoelde periode.

Schijfremmen op zijspancombinaties van bouwjaar 1966 tot en met bouwjaar 1972 zijn toegestaan. Voor deze combinaties zijn 2 remschijven in het voorwiel toegestaan maar dan wel met 1 remtang met maximaal 2 zuigers per remschijf.

Indien er in het originele zijspantype (van voor 1966! ) 2 originele remschijven met dito remklauwen en remcilinder zijn gemonteerd (met van uit die tijd aantoonbare gegevens), is dat toegestaan.

Ook is toegestaan dat met de voet het achterwiel, het zijspanwiel en één schijf in het voorwiel gelijktijdig worden beremd en dat de tweede schijf in voorwiel met de rechterhand wordt bediend.
 



12 Banden

De banden moeten van een type uit de bedoelde tijd zijn met een maximum breedte van 190 mm of 7,5 inch, dienen geen droogtescheuren of andere ouderdomsverschijnselen of beschadigingen te vertonen. De wielmaat van het zijspanwiel en voor- en achterwiel van de combinatie is een vrije keus. Maat en type band bij voorkeur identiek aan het bouwjaar van de combinatie.
Uitsluitend geprofileerde banden zijn toegestaan. De minimum profieldiepte bedraagt 1,5 mm. De ventielen van het type Schröder. (autoventiel) dienen te zijn voorzien van metalen stofdoppen.
 



13 Stuuruitslag
De stuuruitslag naar beide zijden mag maximaal 30° zijn en moet een “harde” aanslag hebben.
Met de voorvork tegen de aanslag moet er een hand (vuist) tussen tank en stuur kunnen.


14 Speling
Het balhoofd, de achtervorklagering en ook de wiellagers mogen geen voelbare ruimte hebben.
Kettingwielen en kettingen van zowel de primaire als secundaire transmissie mogen niet abnormaal versleten zijn.


15 Geluid en uitlaatsysteem
Maximum toelaatbaar is 98 dB(A).
Het uitlaatsysteem dient degelijk bevestigd te zijn en evenwijdig aan het motorrijwiel mee naar achteren te lopen. De uiteinden mogen niet naar de zijkant uitsteken.


16 Borgen
Aftappluggen voor olie, vuldoppen e.d. voor olie, oliefilter (deksels), bevestiging van uitlaat, kortom alle onderdelen die los kunnen trillen moeten met draad geborgd zijn.

17 Hendels
De bedieningshendels (rem en koppeling) moeten aan de greep (uiteinde) bolvormig zijn.
De diverse hendels moeten elk een afzonderlijk draaipunt hebben.


18 Gashendel
De gashendel moet van zodanige constructie zijn, dat wanneer het niet aangeraakt wordt vanzelf sluit, waardoor de gasschuif(-ven) vrijwel sluit(en).

19 Handvatten
De uiteinden mogen geen scherpe randen bevatten.

20 Kabels
De kabels moeten in goede conditie zijn. De kabelnippels moeten gesoldeerd zijn, dus geen schroefnippels.

21 Schermen
Open draaiende delen zoals kettingen, koppelingen e.d. dienen op deugdelijke wijze te zijn afgeschermd teneinde te voorkomen. dat rijders en/of passagier daarin met enig lichaamsdeel of kleding bekneld kunnen geraken.
Als een volledige kuip niet aanwezig is, is een voorspatbord verplicht.


22 Nummerborden
Ovale nummerborden moeten aangebracht zijn aan de voorzijde van de motor en aan de linker en rechter achterzijde ter hoogte van de achteras, resp. linker en rechter zijde van een volle stroomlijnkuip. Scherpe randen afronden en/of met profiel afwerken zodanig dat er geen verwondingen kunnen worden aangebracht. De cijfers, met een hoogte van 12 cm, moeten duidelijk leesbaar zijn.

23 Kleurcombinatie nummerplaten zijspancombinaties is vrij.


24 Stroomlijnen en kleurstelling
Het gebruik van zowel stroomlijnen als tophalfs is toegestaan. Het uiterlijk en de kleurstelling van de combinatie dient de uitstraling te hebben van de bedoelde periode.

25 Kleding / helmen

Gedragen dient te worden zwarte of bruine lederen kleding uit de periode welke de HMV vertegenwoordigt. Verplicht zijn in elk geval lederen kleding, lederen laarzen (minimaal enkelhoogte) en handschoenen. Passagiers kunnen elk type schoeisel dragen, mits van duurzaam en weerstand biedend materiaal.

Over helmen: gedurende de training en de demo is een goed passende integraalhelm of systeemhelm met idem gelaatsbescherming verplicht. De helm dient op een  deugdelijke wijze te zijn bevestigd. De helm moet van binnen en buiten onbeschadigd zijn, voorzien zijn van ECE- keurmerk en HMV - toelatingssticker. Na beschadiging moet de helm opnieuw ter beoordeling worden aangeboden. Aanbevolen wordt om een helm na 5 à 6 jaar te vervangen door een modern, veiliger exemplaar.

Alleen tijdens een rijdersdefilé is het nog toegestaan om met een zogenaamde pothelm te rijden.



26 Diversen

Deelnemende combinaties mogen niet uitgerust zijn met:
kunststof voetsteunen, koplamp, achterlicht, spiegels, kentekenplaat, bagagedrager, midden-voor-achterstandaard, duo-steunen, kickstarter, aanjagers, acceleratiepomp, km- of ml-teller en elke andere vorm van snelheids- of tijdsmeting.
Toerentellers uit de bedoelde periode zijn toegestaan.
Als voor de primaire aandrijving een riem gebruikt wordt, is dit toegestaan mits het aan de buitenzijde niet te zien is, echter de voorkeur ligt altijd bij de originele aandrijving.
 



27 Veiligheid

Verplicht is het dragen en in werking te hebben van een noodstopschakelaar. Het koord aan de schakelaar heeft een maximale lengte van 75 cm.



28 Slotbepaling
In alle voorkomende gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur van de HMV.